Innovativeness and SME


What is Innovation

In a way, patents can be used for a fitting definition of innovation. Namely, the ideas that patents aim to protect are the innovations. In order for a patent to be granted it is necessary that the patented technology is new or a new combination of existing technologies. For example, a new tool that solves a problem is patentable, but also an existing tool used in a new way. Looking in a coroporate setting, innovation becomes one of those elusive qualities that can only be judged or observed after an event has occurred. Looking back at apple’s iPad, we can see that to some extent it revolutionized people’s interact with the internet. Looking at the current moment in time it’s hard to say what companies or organisations are innovative.

However, one of the prescriptions companies adopt in order to achieve innovativeness is by becoming ‘ambidextrous’. Being ambidextrous consists of finding the right balance between exploitation (using what a company knows to generate income) and exploration (trying to find new ways to generate income)1. For the remainder of this post I will simplify the exploration task as activities conducted by R&D.

What is needed for Innovation

Innovation requires resources as R&D costs time. But apart from these obvious requirements, there are also organizational implications of conducting these exploration activities. R&D is a fundamentally different from exploiting known knowledge. It has to be appraised in another way and it requires different qualities in employees. And above all, it has to be embedded within an organization in the right way.

As opposed to the pure exploitation activities, R&D output has to be appraised in a different way. R&D enable a company to generate income instead of generating it directly. This means that not only are the returns-on-investments more on the longer term, in addition these returns are most likely intertwined with the revenue generated by the exploitation divisions. This forces an organisation to decide what proportion of revenues from new products can be attributed to the R&D division.

Having an R&D department does not guarantee having actual R&D. An organisation needs to be accommodating for this department. Roles and responsibilities have to be defined such that nobody is expected to do full cycle. Business development should guide and steer R&D, and R&D should feed business development with new ideas and proposed applications. But just as a business developer cannot be expected to keep up to date with relevant academic literature, a researcher cannot be expected to do an exhaustive market analysis.

Advantages of SME

A clear advantage of small-medium enterprises is the flexibility they have. New ideas can be adopted and spread through an entire company resulting in a relatively short time to market. This is an advantage over bigger companies, where new ideas (or even steps towards new ideas) will have to go up and down through organisational units in order to be exploited.

Having a network with (most likely) similarly dynamic and flexible companies, allows for an even quicker diffusion of the output of R&D.

Disadvantages of SME

Developing new ways of generating income is not an easy task. As the requirements described in one of the paragraphs above, significant resources need to be invested. All in all it becomes a risky endeavor. Expensive personnel is working with little to no output up to the point an actual innovation is made and adopted.

Especially in smaller companies that have little to no resources that can be dedicated to R&D, this is a risk. Because of their nature R&D activities are not very well suited to put down and pick up when economic pressure calls for that. Above that it is unclear how well suited employees in R&D can actually assist in the more exploitative activities.

Who should Innovate?

Innovation brings insecurities with it. Up to the point that an innovation starts generating money, all efforts in research and development are pure costs. So companies that have revenue to spare are most suited for investing in innovation. Sadly this is not often the case for companies from the SME segment. Ideally innovation is done by a company with the revenue stream of a large company, but the flexibility of a small company, which can be reached through venture capital. Sadly this is not very common in Western European countries.

1An anology can be drawn to agents in multi-agent systems, where strategies for agents can be either proactive (always act according to a predefined ruleset) or reactive (always act according to the environment), where agents that adopt a bit from both strategies tend to do best.

Cookie Psychology

Some time ago I wrote a short article published on the Dutch platform dutchcowboys.nl. It is a Dutch essay highlighting the implications on user experience of the implementation of the European Union guidelines concerning privacy and specifically cookie technology. It’s based on a study by M. Metzger and highlights the need to not only consider the objective/quantitative numbers of how people react to for example cookie consent popups on website, but also to consider the less observable  user experience. The original post can be found on the Dutchcowboys website, but I included a copy below.

Cookiepsychologie

Welke gevolgen heeft de cookiewetgeving voor de relatie tussen een bezoeker en een website? En nog belangrijker: welke motieven bepalen de keuze om wel of geen cookies toe te staan? Veel mensen denken direct aan het design van een pop-up. Maar er spelen veel meer factoren mee.

Voor bezoekers heeft de cookiewetgeving als resultaat dat ze op websites een mededeling zien dat er cookies geplaatst worden. Voor eigenaren van websites betekent de invoering dat zij een systeem moeten integreren dat:

  • bezoekers informeert;
  • deze mensen in de gelegenheid stelt om cookies te accepteren of te weigeren;
  • de instellingen handhaaft en naleeft, en;
  • de keuzes die mensen maken centraal registreert om later aan bewijslast te kunnen voldoen.

Achterliggende mechanismes

Los van de technische implicaties heeft deze wetgeving directe gevolgen voor de relatie tussen bezoeker en website. Een bezoeker wordt immers door de website gedwongen om informatie te verwerken en een keuze te maken. De psychologische literatuur leert ons dat dit keuzeproces meer behelst dan alleen het geven of weigeren van toestemming. Bovendien heeft dit keuzeproces niet alleen de beslissing als uitkomst, maar beïnvloedt het zelf ook de gebruikerservaring.

Online information disclosure

In de psychologische literatuur wordt veel onderzoek gedaan rondom het onderwerp ‘online information disclosure’, oftewel het delen van informatie online. Hoewel niet alle conclusies in dit vakgebied één-op-één te vertalen zijn naar oplossingen voor cookietoestemming, zijn er wel een aantal factoren te onderscheiden die zeker van invloed zijn.

Metzger

Een voorbeeld van een onderzoek naar deze mechanismes is het onderzoek van M. Metzger uit 2006. Dit onderzoek is inmiddels 7 jaar oud, maar wel bijzonder relevant in de huidige verandering. Het onderzoek wijst uit dat er meerdere concepten van invloed zijn (zie figuur 1) op de beslissing om wel of geen toestemming te geven.

Screen Shot 2013-10-24 at 1.56.42 PM

Twee lagen van concepten

Aan de keuze om wel of geen cookies te accepteren, liggen twee lagen van concepten ten grondslag. Als eerste zijn er de objectieve karakteristieken van de bezoeker. Een invloedsfactor is bijvoorbeeld de bestaande bekendheid van de bezoeker met internet (‘Time online’ in figuur 1). Denk hierbij aan vragen als ‘sinds wanneer maakt een persoon gebruik van internet’ en ‘hoeveel uren per week besteedt een persoon op internet’. Een andere factor van invloed wordt gevormd door de algemene zorgen die bezoekers hebben met betrekking tot privacy (Concern for online privacy). Want sommige mensen zijn daar nu eenmaal voorzichtiger mee dan anderen.

Subjectieve ervaringen

Naast objectieve, demografische eigenschappen spelen de subjectieve ervaringen ook een rol. Hierbij is het belangrijk om te zien dat de website zelf een bepaalde indruk wekt met betrekking tot vertrouwen (Perceived web site privacy protection), waarbij het design van en de informatie in een consentpop-up een belangrijke rol spelen.

Relaties tussen concepten

Nu hebben deze concepten in de eerste laag een relatie met concepten in de tweede laag. Deze relaties worden in de figuur geïllustreerd door middel van de pijlen. De cijfers bij de pijlen tonen de richting van de relatie aan (bij een positief getal gaan beide concepten in dezelfde richting, dus wanneer mensen meer tijd online spenderen is de kans groot dat ze eerder toestemming hebben gegeven).

Goede indruk

Opvallend is dat de indruk die een website opwekt twee andere concepten beïnvloedt. Vertaald naar de situatie van een consentpop-up, betekent dat dat een goede pop-up zorgt voor een betere merkbeleving (Regard for company), maar ook het vertrouwen in de website (Trust of website) verhoogt. Als bezoekers genoeg vertrouwen hebben in de website en in het verleden op andere websites ook cookies accepteerden, is de kans het grootst dat ze cookies zullen accepteren.

Meer dan ja en nee

Het onderzoek van Metzger illustreert een aantal zaken. Er zijn veel meer factoren van invloed op iemands cookiekeuze dan slechts het design van de consentpop-up. Voor analisten betekent dat ook dat alleen kijken naar het percentage dat accepteert, weinig tot geen inzicht biedt. Het is noodzakelijk om rekening te houden met de andere concepten die een rol spelen in de beslissing. Besteed daarom ook aandacht aan vragen als:

  • Hoeveel tijd spenderen bezoekers van mijn website achter de computer?
  • Heeft mijn bedrijf in het verleden problemen gehad met privacyschendingen?
  • Wekt de privacy pop-up vertrouwen op in de website?

Meer toestemming, mindere merkbeleving

Voor marketeers is het zaak om inzicht te krijgen in het beslisproces dat ten grondslag ligt aan het keuzegedrag. Naast de kwantitatieve informatie die met online analytics verzameld kan worden, is er ook kwalitatieve informatie nodig over het publiek. Want een pop-up die voor een verhoogd consentpercentage zorgt, kan tegelijkertijd nadelige gevolgen hebben voor onder andere de merkbeleving.

Bijvoorbeeld een pop-up die ervoor zorgt dat mensen zich minder bewust zijn van het feit dat hun privacy mogelijk in het geding is. Hierdoor zal het vertrouwen in de website omhoog gaan via de relatie tussen Concern for online privacy, maar tegelijkertijd is onbekend wat het verband is tussen Perceived web site privacy protection en Regard for company. Een ander voorbeeld is een consentmelding die verschijnt op het moment dat mensen al meer met de website geïnteracteerd hebben.

Het P-woord

Beide pop-ups kunnen voor verhoogde toestemming zorgen, terwijl de merkbeleving omlaag gaat. Tegelijkertijd kan het zo zijn dat een bepaalde pop-up misschien maar een klein percentage van de bezoekers toestemming ontlokt, maar wel zorgt voor een betere merkbeleving. Een les die in ieder geval van toepassing is: gebruik nooit het woord privacy. Ook al gebeurt dit met de beste bedoelingen, het maakt mensen bewuster van hun privacy en zorgt er op die manier altijd voor dat minder bezoekers cookies accepteren en de gebruikerservaring van de bezoekers afneemt.

A/B-testen

Deze voorbeelden geven aan dat het de moeite waard is om verschillende interfaces voor cookieconsent te vergelijken in meerdere A/B-testen, zolang er gekeken wordt naar meer dan alleen acceptatiepercentages. Dat zorgt namelijk voor een te beperkte scope.

Economische impact

Ook is het als marketeer bijzonder belangrijk om een inschatting te maken van de economische waarde van een bepaald consentpercentage. Wegen de kosten van het verzoek tot toestemming voor de gebruiker op tegen de baten van meer inzicht in analytics? En durf ook vervolgvragen te stellen zoals ‘hoeveel betrouwbaarheid verliezen mijn inzichten nu werkelijk als mijn consentpercentage omlaag gaat?’

Consentmanagement

Hoe vertalen deze inzichten zich in een keuze voor een consentapplicatie? De belangrijkste factor is flexibiliteit; kunnen inspelen op verschillende doelgroepen en veranderingen in wetgeving en markt. Zoek een applicatie die het gemakkelijk maakt om teksten aan te passen zodat ze beter overeenkomen met wat de bezoekers willen. Bijvoorbeeld een langere uitleg wanneer een groter deel van de bezoekers daar om vraagt, of meer niveaus van consent wanneer mensen daar behoefte aan hebben. Als zo’n module op het juiste platform gestoeld is, kan het effect van verschillende consentinterfaces op de keuzes en het gebruikersgedrag nauwkeurig onderzocht worden. Kies vooral niet voor een applicatie waarvan gezegd wordt dat deze over alle domeinen het best functioneert, omdat er grote verschillen zijn tussen websites en dus publiek. Kies alleen voor opties die de mogelijkheid bieden om domeinkennis of ervaring met het publiek van een website te benutten.

Worlds apart

-“You want to be a PhD student because you are afraid to leave the safe haven of university.” –“You go into corporate life because you’re not smart enough to be in academia.” Two sentences I have heard illustrating how some highlight differences between these the academic and corporate worlds. However, these two worlds can benefit from each other greatly.

Too fundamental

In academia PhD students – for example – devote four years of their professional life to the pursuit of knowledge. Regardless of how proficient the student is, practical applicability is not a requirement of their track. New, fundamental knowledge that can later be used, or ignored, is the main product: Innovation in its purest form.

However, this approach runs the risk of losing connection with the ‘real world’. The knowledge may end up in a dissertation that is cited a number of times within a confined area of research and that’s it.

Risky Innovation

In the corporate world innovation is a business risk. Only a percentage of new ideas lead to profitable applications so it is often smart to be a quick follower rather than a first mover. This risk creates a trade-off between exploration (or the aforementioned innovation) and exploitation (doing everyday business producing revenue).

Exploration is an activity you can only engage in if revenues generated through exploitation cover the risk of time wasted on explorative work that does not lead to future revenues. The result of this risk is that companies lack an incentive to generate new knowledge or ideas even though they often face questions that go beyond every-day activities.

Combining the two

The two worlds described in the previous paragraphs can benefit from each other tremendously. If the two can meet somewhere in the middle, collaborations may result in applicable innovations that contribute to the academic state of the art.

In my current job I am expected to embody this combination, which is translated in its structure. I work 40% as a Technical Consultant, exploitation as described above. I work 20% as a PhD student. The remaining 40% I spend in between these two worlds.

An example of the work in between these two worlds is the current master thesis I am supervising. In this study the owners of the website hardware.info acknowledged that the audience of their website may have changed over time. They however do not have the means (time and knowledge) to investigate this themselves. Drawing on the body of scientific literature provided a way to answer this question, which resulted in a study on their website that answered the original question and an additional, academically relevant question here broadly described as “what can we tell from objective behavior of visitors on websites?”.

This first step in combining corporate questions and my own academic research illustrates how a “real-world” question can be answered in a way that is beneficial for both a company and academia.

In general

This type of collaborations is the future. Budget deficits in the university departments increase the need for external funding. The need for innovation in companies increases. And both these needs create room for negotiation for the two to meet each other in the middle.

And both worlds can benefit from these collaborations: Companies have a way to access innovative power with a limited investment, and by ‘out-sourcing’ the research they provide resources to an academic partner. Apart from monetary, these resources also consist of the opportunity of moving research away from the university campus into society, increasing ecological validity and thus scientific value.

For universities knowledge valorization is becoming a prominent issue on the agenda, with the goal of moving academic research towards the market, increasing visibility and possible revenues. Collaborations between companies and universities guarantee this knowledge valorization.

Apart from benefits there are challenges. One example is the possible issue of intellectual property. A university is appraised on publications that may result in a company losing its leading position or first mover’s advantage. Another example is the different standards (i.e. corporate research reports are not assessed with the same level of scrutiny as academic publications), thus finding the right balance here is another challenge.

Even though corporations and academia are said to be worlds apart, instantiating collaborations between them in the right way will advance both worlds. Acknowledging the benefits and challenges and simply trying collaborations in this form will be way to move both of these worlds forward.

Adversitement

So I started working for Adversitement around 6 months ago. Adversitement is European market leader in the area of web analytics, and although fairly small in size it is a very active company.

My initial function is that of a technical consultant, with my activities consisting of helping our customers in making sure our analytics solutions measure what they are supposed to measure. I had no idea before, using only Google Analytics, but web analytics software can be huge. Our main product is Adobe Omniture and the functionality is pretty mind boggling. I’ve already gained quite a lot of experience in the pitfalls in web analytics, which keeps me aware of my development as an employee.

Apart from web analytics consultancy, Adversitement is pretty active in the development of new ideas and technology to make better use of web data. Which combines nicely with my somewhat different job description. Because next to being a consultant, I spend 1 day a week as a PhD student on the topic I’ve been graduating in. The main goal of my PhD track will be investigating to what extent recommender systems can benefit from a more theory driven perspective. From the time I’ve been studying recommender systems I have gotten the impression that the improvements in recommender systems from considering the challenges as purely numbercrunching problem are becoming smaller and more costly, while using the already available knowledge in a more theory driven fashion can improve performance significantly. The theory that I will be trying to combine come from the psychology of decision making and the area of research of social networking, supervised by Martijn Willemsen and Chris Snijders from TU/e. My aim is to do this by supervising grad students in their theses and using their input for my own research. Plenty of challenges, but I’m optimistic in finishing my dissertation within 6 years.

So this is how I look at it at the moment my work is starting to get shape. I think that this blog may be a good way to force myself to reflect on what I do from time to time, which is why I decided to revamp it.